Bio

De Amsterdamse componist Tijmen van Tol (1993) studeerde vanaf zijn 16e aan het Conservatorium van Amsterdam alwaar hij compositielessen volgde bij Joël Bons, Willem Jeths, Wim Henderickx, en Richard Ayres. Al vroeg in zijn studie werden zijn technische begaafdheid en muzikale overtuigingskracht beloond met commissies van o.a. het Nieuw Ensemble voor een stuk voor het honderdjarig bestaan van Le Sacre du Printemps, van Liza Ferschtman voor het Delft Chamber Music Festival 2015 en van barokorkest Il Fondamento voor de opera Vier Heuvels. Ook kreeg hij commissies van het Nederlands Blazers Ensemble, en tweemaal voor de Dutch Classical Talent Tour: van het Duo MOKSHA en het Ardemus Saxophone Quartet. In 2017 was hij één van de kunstenaars bij de Kunstbiënnale de Heilige Driehoek waarvoor hij het werk CAIN schreef. In 2019 schreef hij het trompetconcert Lof der Zotheid in opdracht van het Nederlands Studenten Kamerorkest.

Van Tol specialiseerde zich tijdens zijn master compositie in de Karnatische (Zuid-Indiase) muziek bij Rafael Reina en ontwikkelde voor zijn Masterresearch een methode voor trans-stilistische comparatieve harmonische analyse. In zijn research onderzocht hij hoe in atonale muziek (dat wil zeggen muziek die niet gebaseerd is op diatoniek, drieklanken, en binair symmetrische ritmische structuren zoals deze zich in de Westerse klassieke muziektraditie manifesteren) toch functionaliteit kan voordoen. (d.m.v. grondtonen, dissonantie-consonantie, en leidtonen)

Van Tol’s muziek kenmerkt zich door een rijke worteling in de canon van de klassieke muziek – de Avant-Garde stromingen van de 20e eeuw inbegrepen – geanimeerd door een sterke Romantische ziel, verdiept door een intellectueel doorleefd Christendom, en gekleurd door een zwak voor muzikale naïviteit. Daarnaast is hij zeer ontvankelijk voor de kwaliteiten van de populaire muziekcultuur waarin hij is opgegroeid. Door de vreemde combinatie van invloeden versmolten in een zeer persoonlijk melodisch, harmonisch en ritmisch idioom is zijn muziek moeilijk te plaatsen, soms vervreemdend, maar altijd springlevend.

Van Tol richt zich erop om de beperking van de hedendaagse klassieke muziek tot klankvelden, texturen, vrije ritmische stromen en lineaire graduele ontwikkelingstechnieken open te breken door juist muzikale syntax in zijn muziek weer centraal te stellen. De syntax is voor de componist essentieel omdat het in de vorm van functionele harmonie, herkenbare ontwikkelende melodische motieven, en metrisch ingekaderde muzikale frasering een persoonlijkheid, subtiliteit, en dramatische directheid kan bereiken die in het objectivisme van de esthetiek van moderne muziek dikwijls ontbreekt. Tevens biedt de techniek van thematische doorwerking de mogelijkheid om de concurrerende waarden van complexiteit en directheid, beide door de componist zeer geliefd, te verenigen middels het creëren van een duidelijke muzikale persoonlijkheid in een thema, om die vervolgens in een oneindig verscheidend licht te brengen via ritmische variatie en harmonische kleuring.

De kernambitie van Van Tol is om in muzikale complexiteit, emotionele complexiteit over te brengen; ‘Ik ben tegen de concertzaal als tempel, tegen de concertzaal als klaslokaal, tegen de concertzaal als laboratorium, en tegen de concertzaal als restaurant. De concertzaal moet een plek zijn voor de hartstochten en het geweten, niet het verstand en de zintuigen. Het hoogste goed wat muziek kan bereiken is niet fijnproeverij, maar empathie.’

Contact: tijmenvantol@gmail.com

Tijmen van Tol CV

René van Tol: ‘TIJMEN’ Olieverf op doek

tijmen